Wie wij zijn | Medisch Centrum Leeuwarden

Wie wij zijn

Bij het MCL houden we van mensen. We willen er voor hen zijn op het moment dat ze op hun kwetsbaarst zijn. Daarom vind je bij het MCL mensen die met hoofd én hart voor de zorg hebben gekozen. Mensen die deskundig zijn en die elke dag hun best doen om nóg betere zorg te leveren. Lees hier het verhaal van het MCL.

Wat vragen we van jou als verpleegkundige?

  • Je streeft elke dag naar de beste zorg voor onze patiënten;
  • Je werkt volgens de nieuwste inzichten en houdt je vakkennis bij;
  • Je staat open voor het geven en ontvangen van feedback;
  • Je bent nieuwsgierig en je wilt jezelf graag ontwikkelen;
  • Je bent behulpzaam, collegiaal en werkt graag samen.

Zeven zekerheden voor verpleegkundigen

Wat bieden we jou? Een mooi carriereperspectief in alle soorten en maten! Zo kun je aan de slag als vaste verpleegkundige op één van onze afdelingen. Maar ook als flexverpleegkundige die geregeld switcht tussen afdelingen: dé manier om ons ziekenhuis te leren kennen en je talenten te ontdekken. Weet dat je altijd kunt rekenen op een warm welkom, uitstekende begeleiding en goede coaching en feedback. Dit noemen we de zeven zekerheden voor onze verpleegkundigen. Om door te groeien en te specialiseren zijn er veel mogelijkheden. Daag jij jezelf uit?

Ontmoet onze helden in het wit!

Verhalen van onze SEH en IC

Werken bij Medisch Centrum Leeuwarden

"Word jij één van onze helden in het wit?"

Wat wij doen

Verhalen van onze helden  

SEH - Hollen en stilstaan

‘Op de Spoedeisende Hulp maak je soms heftige dingen mee. Gelukkig zijn er dan altijd je collega’s die je er doorheen slepen’
Maike, SEH-verpleegkundige

getnoticed:settings:site_name

Half acht in de ochtend. De start van een nieuwe werkdag op de Spoedeisende Hulp waar ik werk. We drinken een eerste kopje koffie in de teampost. De dag begint rustig voor ons, we hebben nog geen patiënten. Wat de dag ons zal brengen is altijd weer een verrassing. Op de Spoedeisende Hulp is het hollen of stilstaan en staat de dag in het teken van klein leed, van groot verdriet of van een combinatie van beide. Het enige wat je zeker weet, is dat je van te voren nooit weet hoe je dag eruit gaat zien.

Half negen. Inmiddels is de werkdag in volle gang. Ik vang een zieke man op, die door de ambulance binnen is gebracht. Hij heeft hoge koorts, koude rillingen en een gigantische buik. Enkele dagen daarvoor is hij gestart met antibiotica vanwege een blaasontsteking. De medicijnen slaan niet aan en de man wordt snel zieker. Ik prik twee infusen, neem bloed af, geef vocht en antibiotica via het infuus en maak een snelle, pijnloze scan van zijn buik. De scan geeft aan dat er ruim een liter urine in de blaas zit. Dit verklaart de bolle buik. Een blaaskatheter biedt de oplossing, dus breng ik deze in. De man wordt uiteindelijk in het ziekenhuis opgenomen met een ernstige bloedvergiftiging als gevolg van een blaasontsteking.

getnoticed:settings:site_name

Een vrouw wordt intussen binnengebracht door de ambulancemedewerkers. Ze is niet meer aanspreekbaar na het innemen van een overdosis pillen. De vrouw, ze lijkt eerder een meisje, is uitgebreid bekend bij de GGZ. Ze wilde niet meer verder leven en heeft daarom zoveel mogelijk pillen ingenomen. In opdracht van de intensivist geven we een medicijn dat de werking van de ingenomen pillen kan ontkrachten. De vrouw schiet gelijk in een Cold Turkey: acute ontwenningsverschijnselen. Wanneer ik nogmaals haar dossier bekijk, zie ik dat we slechts negen dagen schelen in leeftijd. Ik loop de kamer uit en prijs me gelukkig met het leven dat ik leid.

Een jongetje van vier zit op de schoot van zijn oma. Tijdens de vakantie in Frankrijk is hij gevallen en sindsdien blijft hij last houden van zijn elleboog. Het jongetje is verdrietig. Hij vindt het helemaal niet zo leuk in het ziekenhuis. Er wordt een foto van zijn arm gemaakt en ik haal ondertussen een klein cadeautje voor hem. Cadeautjes doen wonderen; het ziekenhuisbezoek lijkt ineens een stuk minder erg en eng. De elleboog blijkt uit de kom te staan. Het jongetje mag in eerste instantie weer naar huis, hij zal later een oproep krijgen voor een operatie. Hij krijgt van mij een mitella om zijn arm en met het gekregen vliegtuig stevig in zijn handje weet hij niet hoe snel hij samen met oma het ziekenhuis moet verlaten.

Half elf, tijd voor een kop koffie en een broodje. Of toch niet, er wordt een reanimatie aangekondigd. Dit zet alle verpleegkundigen en artsen op scherp. Het reanimatiesein gaat uit, waarmee verpleegkundigen van de Intensive Care en Cardiac Care Unit worden opgeroepen voor ondersteuning. De kamer waar de patiënt zal worden opgevangen, wordt gereed gemaakt voor gebruik. Binnen no time staat de kamer vol met professionals om deze patiënt hopelijk te kunnen redden. De patiënt wordt binnengebracht door de ambulance. Het is een jonge vrouw van begin dertig. Ze is met de auto te water geraakt en kon er niet meer zelf uit komen. Daarnaast blijkt ze zwanger. Tijd om bij dit drama stil te staan is er niet. We gaan gelijk over tot actie en vechten voor haar leven. Reanimeren, infusen prikken, beademen, röntgenfoto’s, echo’s van haar hart en de baby, alle medisch noodzakelijke handelingen worden uitgevoerd. De vrouw is door de ambulance al langdurig gereanimeerd en ze is geïntubeerd en aan de beademing gelegd. Ze gaat uiteindelijk in slechte conditie naar de Intensive Care. Zij en haar ongeboren kindje zullen het niet redden, zo blijkt later.

Na de opvang zit ik vol met emoties: onbegrip, verdriet, boosheid. Waarom is er zoveel ellende in de wereld? Waarom gebeuren zulke dingen? Veel tijd om er langer bij stil te staan is er niet. De afdeling ligt vol en er moet nog veel gebeuren. Straks, als de dienst er op zit, zullen we met z’n allen koffie drinken en napraten over deze jonge vrouw.

Na snel een broodje te hebben gegeten zie ik twee studenten van rond de 20 jaar. Ze zijn met hun auto aangereden door een andere auto en klagen nu allebei over pijn in hun nek. Ook al zijn deze meiden zelf binnen komen wandelen, nekklachten na een ongeluk nemen we altijd serieus. Een paar minuten later liggen ze dan ook samen op één kamer; allebei op een brancard met hun nek in een nekkraag. Een beetje zenuwachtig en giechelend ondergaan zij de serie röntgenfoto’s. Gelukkig valt het allemaal mee en na een uurtje lopen de meiden, nog steeds giechelend, de afdeling weer af, zonder nekkraag.

getnoticed:settings:site_name

Dan brengt de ambulance een man binnen die met zijn vingers in een machine terecht is gekomen. Zijn duim is halverwege geamputeerd en ligt in een bakje met ijs bij de man op schoot. Snel werken is in dit geval van belang; hoe eerder men kan opereren, des te meer kans dat de man mét duim verder door het leven kan. De man is bezorgd over zijn duim, maar nog meer over het jubileumfeest, wat over een aantal dagen voor hem gegeven wordt omdat hij veertig jaar bij de baas is. De operatie slaagt en de duim is weer één geheel. Zijn 40-jarig jubileum heeft hij, met een verbonden hand, gewoon kunnen vieren.

Er wordt nog een traumapatiënt aangemeld. Een jongen van 17 jaar, die tijdens de sportdag van school in ondiep water is gedoken. De jongen klaagt over nek- en rugpijn en heeft geen gevoel in zijn linker lichaamshelft. De jongen wordt geplankt binnenbracht: nekkraag en platliggend. Helaas heeft deze jongen minder geluk. Er blijkt een nekwervel gebroken. Gezien de mogelijke complicaties die hierbij kunnen optreden wordt de jongen per ambulance overgebracht naar een academisch ziekenhuis. Een operatie en langdurige revalidatie is wat deze jonge jongen te wachten staat.

Vier uur. Mijn voeten doen pijn, mijn hoofd zit vol. Onze dienst zit er op. Tijd voor een kop koffie en het evalueren van de dag. Elke dag weer een moment van besef dat je gelukkig mag zijn met wie je bent en wat je wel of juist niet hebt. Ik kleed me om en loop de zon in. Op naar huis. Zomaar een dag..

Oncologie - Persoonlijk contact

‘Op de oncologische verpleegafdeling hebben de verpleegkundigen veel persoonlijk contact met de patiënten, waardoor er echt een band wordt opgebouwd’
Simon, verpleegkundige oncologie

getnoticed:settings:site_name

Het is dinsdagmorgen. Nadat ik mijn uniform bij de kledingautomaat heb opgehaald, loop ik iets voor zeven uur naar de oncologische verpleegafdeling (OCL). De route is mij goed bekend. Na een jaar via het flexbureau van het MCL door het hele ziekenhuis te hebben gewerkt, is mijn favoriete afdeling mijn vaste afdeling geworden. Na het omkleden loop ik in mijn witte pakkie naar de team post om te zien welke patiënten ik vandaag ga verplegen!

Ik loop naar de kleine team post en begin met inlezen. Al snel komt mijn ervaren collega van de nachtdienst om de zorg over te dragen. Door haar ervaring word ik nog beter in het vak, een onmisbare bron van kennis. Op mijn afdeling in het MCL komen heel veel oncologische ziektebeelden voorbij. Naast de patiënt die ik verpleeg, ligt een zieke man met leukemie die chemotherapie krijgt. Ook liggen er een paar patiënten met uitgezaaide longkanker. Helaas kent iedereen waarschijnlijk wel iemand in de kennis- of familiekring met kanker. Op onze afdeling maak je het allemaal mee. Je moet dus wel stevig in je schoenen staan en aan het eind van de dienst ook dingen van je af kunnen zetten. Hoe ik dit moet doen, leer ik ook van mijn collega’s.

getnoticed:settings:site_name

Maar hier staat ook veel tegenover. Wat het werken op de oncologische verpleegafdeling zo speciaal maakt, is het persoonlijke contact met de patiënten. Er is ruimte om écht aandacht te geven aan hoe patiënten zich voelen, zowel op somatisch als geestelijk vlak. Dát maakt mijn werk heel bijzonder! In de middag is er een MDO (multidisciplinair overleg) waarbij onder andere de diëtist, fysiotherapeut en geestelijk verzorger aanwezig zijn. Halverwege moet er een patiënt van de Spoedeisende Hulp (SEH) opgehaald worden voor opname. Eén van mijn collega’s biedt meteen even aan om dit van me over te nemen, zodat ik bij het MDO kan blijven. Dat merk je elke dag weer; je werkt hier met superleuke en gezellige collega’s, die elkaar altijd willen helpen! Je staat er echt als een team en er niet allemaal alleen voor. We sluiten de dienst rond 15.30 uur gezamenlijk af met een evaluerend rondje. Het was weer een enerverende en drukke dag, maar we hebben het wel weer geflikt met z’n allen! Ik ben benieuwd wat ons morgen weer gaat brengen.

IC - Geen dag hetzelfde

‘Karakteristiek op de IC is het werken waarbij het ene moment alles nog rustig lijkt, terwijl één moment later alles plotseling is veranderd en de situatie acuut en hectisch wordt. Je weet nooit wat de dag brengt’
Jelle, IC-verpleegkundige

getnoticed:settings:site_name

Vandaag heb ik een dagdienst, ik loop om 7.00 uur de IC binnen. Alles oogt momenteel onder controle. Ik begin te lezen bij de patiënt die mij is toegewezen, systematisch spit ik door het elektronisch patiëntendossier en vergaar ik de benodigde informatie. Ik zorg vandaag voor een patiënt met een abdominale sepsis na een grote darmoperatie, hij is erg ziek. Hij wordt onder narcose gehouden en heeft een beademingsbuis in zijn keel waardoor hij volledig beademd wordt. Kort doe ik een ABCD check (de vitale functies van de patiënt) en bekijk ik de alarmen die zijn ingesteld op de bewakingsmonitor.

Ik draag over met de nachtdienst en check of alle medicatietoedieningen nog juist lopen. Ik pak een heerlijk bakje koffie die de nachtdienst zojuist heeft gezet en verzamel mij met mijn collega’s bij de centrale desk. Kort brengt iedereen zijn patiënt in de groep om te kijken waar de zwaartepunten liggen en of er nog operaties of grote onderzoeken zijn.

Het is 8.00 uur, we beginnen met het wassen van onze patiënten. Voorafgaand aan het wassen neem ik de tijd voor het lichamelijk onderzoek van top tot teen. Verder zijn er veel aanvullende meetwaarden die mij kunnen vertellen hoe het met de patiënt gaat, ik neem de tijd om alles te analyseren. De artsen komen langs voor de visite, we overleggen waar we op dit moment staan in het ziekteproces en wat de te behalen doelen zijn van de dag. Mijn patiënt is dusdanig ziek dat we besluiten dat stabiel houden vandaag ons grootste doel is. De medicijnen die hem kunstmatig in slaap houden continueren we en we gaan kijken of we de medicijnen die de bloeddruk ondersteunen iets kunnen afbouwen. De beademing gaat goed, daar gaan we vandaag niet aan sleutelen. Na het wassen en de artsenvisite hou ik me bezig met de algehele zorg rondom de patiënt. Verschillende apparaten moeten gekalibreerd worden en sommige onderdelen, zoals filters en drukzakken, moeten vervangen worden.

getnoticed:settings:site_name

’s Middags is het tijd voor het multidisciplinaire overleg, hierbij zitten verschillende collega’s die betrokken zijn bij het ziekteproces van de IC-patiënt. Zitten we nog op de juiste weg? Kunnen we nog iets verbeteren aan de situatie? Is het antibioticabeleid nog up tot date? Na het overleg loop ik weer terug naar mijn patiënt.

Niet lang daarna arriveren de echtgenote en dochter van mijn patiënt. Ik vraag hoe het met hun gaat en of ze een beetje hebben kunnen slapen in deze moeilijke periode. Ik bied ze een stoel aan en ze gaan zitten bij hun echtgenoot en vader. Ze vragen hoe het met hem gaat en of er nog veranderingen zijn. Ik vertel mijn bevindingen van de dag en waar we het met de artsen en andere disciplines over hebben gehad. Verder praten en lachen we over de persoon áchter mijn patiënt, wat hij altijd heeft gedaan en wat voor eigenaardigheden hij allemaal heeft.

Als de familie weer huiswaarts is gegaan heb ik gelegenheid om wat bloed af te nemen bij mijn patiënt. Dit gaat op de IC erg gemakkelijk via één van de vele infusen die we hebben. Ik stop het spuitje in een apparaat voor analyse en binnen anderhalve minuut heb ik de resultaten. Aan de hand van de uitslag kan ik kijken hoe het met de gasuitwisseling en elektrolyten is gesteld bij mijn patiënt, wanneer nodig pas ik iets aan in de behandeling. Niet veel later druppelt de late dienst binnen, het einde van mijn dienst is in zicht.

Ik heb lekker gewerkt! Alles wat mij trekt aan de IC is aan bod gekomen vandaag: hoge complexiteit, leuke multidisciplinaire samenwerking en natuurlijk de collegialiteit van mijn team. One team, one job! Topdag!

Interne - Puzzel, lach en traan

‘De zorg op de afdeling interne geneeskunde is zo veelzijdig en niet volgens het boekje, dat het maar moeilijk valt samen te vatten wat een verpleegkundige allemaal doet’
José, verpleegkundige interne geneeskunde

getnoticed:settings:site_name

6.45 uur: snel een pak halen en naar de 3e verdieping. Om 7 uur loop ik de afdeling op en begroet ik mijn collega’s. Ik neem een bakje koffie, kijk op welk stukje ik vandaag sta en ik lees me in over mijn patiënten. Om 7 uur draagt de nachtdienst aan ons over. Wat een diversiteit denk ik bij mezelf. Een meisje van in de twintig met een eetstoornis die hier ligt voor het opbouwen van sondevoeding, een jonge mevrouw bij wie pas diabetes ontdekt is, een oude man van in de negentig met een urineweginfectie en nog een man met buikpijnklachten. Van jongvolwassen tot de geriatrische patiënt.

Ik pak een COW (computer on wheels) en log in op het moderne patiëntendossier Epic. Vervolgens scan ik barcodes, deel medicatie uit, meet vitale functies en help mijn patiënten met de basiszorg. Een kort overleg met mijn collega’s over hoe de zaken ervoor staan en hierna is het tijd voor overleg met de artsen. We bespreken hoe het gaat met mijn patiënten en wat het beleid voor verdere behandeling wordt.

getnoticed:settings:site_name

Tussen 10.00 en 10.30 uur is het tijd voor koffie! Tijdens mijn koffiepauze hebben we het over de weekendplannen en heb ik lol met mijn collega’s. Een jong en dynamisch team waarin je op elkaar kunt bouwen, een grapje kunt maken maar waar ook serieuze zaken bespreekbaar zijn. Na de koffie tijd voor het mobiliseren van de patiënten, medicatie en een goed gesprek. Het meisje met anorexia zit er doorheen. Ik zie dat ze steun nodig heeft. Ik ga naast haar zitten en ze vertelt me haar verhaal. Bijzonder eigenlijk… soms ben ik net een psychiatrisch verpleegkundige. De ochtend vliegt voorbij. Ik heb veel overleggen met verschillende disciplines; van een diabetesverpleegkundige, psychiater, fysio, diëtist tot een logopedist. Ik bel, overleg en stem de zorg af. Verpleegkundige zijn vergt zeker wat organisatiewerk!

Ondertussen belt een van de artsen mij met het nieuws dat de buikpijnpatiënt in plaats van een simpele obstipatie mogelijk te maken heeft met darmkanker. Van buikpijn tot darmkanker, eigenlijk is de interne geneeskunde net een uitdagende puzzel.. waarvan de oplossing soms keihard is. We plannen een slechtnieuwsgesprek met de familie en ik vang hen na het gesprek samen met de arts op. Ik krijg er kippenvel van en zie het verdriet in hun ogen. Wat kan het leven toch hard zijn…

In de middag observeer ik dat het niet goed gaat met de man van in de negentig. Hij heeft koorts, saturatiedips, een irregulaire hartfrequentie en zijn echtgenote geeft aan dat hij zich had verslikt in de pap. Ai, de alarmbellen gaan rinkelen. Ik draai een hartfilmpje, neem bloed af, en sluit zuurstof aan. Tevens bel ik de zaalarts en breng ik nog een katheter in. De zaalarts geeft me een compliment over het adequate handelen en het alvast vooruit denken. Een X-thorax bevestigt mijn vermoedens: een pneumonie. Gelukkig loopt alles op rolletjes doordat er goed samengewerkt wordt. Net voor het einde van mijn dienst komt er nog een spoedopname van de SEH. Mijn collega neemt de opname op zich en houdt zich hiermee bezig.

15.00 uur: tijd voor overdragen aan de late dienst. Om half 4 loop ik voldaan de afdeling af en bedenk ik me hoe leuk de afdeling interne geneeskunde eigenlijk is: zoveel diversiteit aan patiënten met soms een lach en soms een traan, het adequate en acute zelfstandige handelen en het puzzelen om tot een juiste diagnose te komen. Eén ding weet ik zeker; de interne is een grote uitdaging en geen dag is hetzelfde. Ik ben benieuwd wat morgen brengt!

Algemeen flexverpleegkundige - Flexkracht

‘Natuurlijk is de flexpool spannend, maar het is dé kans om mezelf te ontwikkelen en veel specialismen te ontdekken’
Bea, flexverpleegkundige

getnoticed:settings:site_name

Het is heel vroeg in de ochtend, de wekker gaat. Aan de ontbijttafel werp ik een blik op de app van het STW (het flexbureau van het MCL) om te kijken op welke afdeling ik vandaag mag werken; cardiologie, orthopedie, of bijvoorbeeld de trauma en vaat-afdeling. Ik haal mijn pak uit de kledingautomaat en vul deze met mijn schaar, kocher, klokje, tape, infuusdopjes en nog veel meer. Ook mijn notitieboekje is onmisbaar tijdens een dienst. Eenmaal op de afdeling bereid ik mij voor op de dienst door de dossiers van mijn patiënten door te lezen.

Aan de slag! Ik observeer de patiënten al tijdens het eerste contact. Hier kan ik vaak al veel uit opmaken. Na alle metingen, medicijnrondes, alle bellen, katheters verwijderen of legen, wonden en drains verzorgen, het klaarmaken en toedienen van antibiotica, ondersteuning voor de patiënten bij wassen en aankleden, onderzoeken, patiënten van en naar de OK brengen, opnames en ontslagen is het tijd voor de artsenvisite. Een dergelijke volgorde zou ideaal zijn. Uiteraard verschilt dit elke dag en moet je vaak prioriteiten stellen. Daarnaast doen er zich ook onverwachte situaties voor; een patiënt die niet lekker wordt, een assistentiebel, een spoedopname of een overname van een andere afdeling.

Tussen de middag maken we even tijd voor de lunch. Ik krijg dan vaak de vraag van collega’s en stagiaires of ik het niet eng vind om telkens op een nieuwe of andere afdeling te werken. Natuurlijk is het spannend. Alles moet wennen. Maar het is dé kans om mijzelf te ontwikkelen en veel specialismen te ontdekken. De patiënten de best mogelijke zorg bieden om op die manier een ziekenhuisopname een iets minder nare ervaring te laten worden is mijn doel. Dat kan op alle afdelingen!

getnoticed:settings:site_name

Het tweede deel van de dagdienst is gevuld met overleggen, hulp vragen en aanbieden aan collega’s, telefoontjes, medicatierondes, metingen, andere patiënten van en naar OK, onderzoeken, patiënten mobiliseren, rapporteren, ontslagen, tussendoor natuurlijk de bellen en vragen van familieleden beantwoorden tijdens het bezoekuur.

De dag vliegt voorbij! Een blik op de klok; het is alweer drie uur geweest. Een laatste ronde langs de patiënten om het ‘af te sluiten’. Ik meld dat ze straks mijn collega van de late dienst zullen treffen. Ik word erg bedankt voor de goede zorgen. Zorgvuldig draag ik al de zorg van de patiënten over aan mijn collega. De pieper in het rek, telefoon in de oplader. Het witte pak in de waskar.

Met vermoeide voeten, maar een erg voldaan gevoel doe ik een stap naar buiten, de heerlijke buitenlucht komt me tegemoet. Knop om, hoofd leeg, morgen mag ik weer op een andere afdeling goede zorg verlenen.